DiAwareness

Op vakantie met je diabetes

Afbeeldingsresultaat voor vakantie en diabetes

Vaak wordt gedacht dat het met diabetes niet mogelijk is om te reizen.

Maar reizen kan zeker wel.
Reizen met diabetes betekent wel dat er een aantal extra maatregelen genomen moeten worden.
Denk bijvoorbeeld aan extra medicijnen en een medicijnpaspoort.

 

Vliegen met diabetes

Diabetesmaterialen kunnen mee in de handbagage, maar je hebt vaak (zeker als je pomp +/- sensor gebruikt) een behoorlijke hoeveelheid. Zorg dat je deze zaken verdeelt over hand- en ruimbagage met in je handbagage voldoende voor vier tot vijf dagen. Mocht je koffer zoek raken, dan heb je in elk geval voldoende bij de ‘hand’.
Zorg voor een geldige reisverklaring of medicijnpaspoort. 
Drinken mag bijv. niet mee door de veiligheidspoortjes, ook geen glucosedrankjes. Je kunt achter de veiligheidscontrole meestal wel weer wat kopen, maar neem voor de zekerheid glucosetabletten mee (dextro, etc). En zorg ervoor dat je deze tabletten bij je hebt in je stoel, zodat je ze direct bij de hand hebt.
Neem je meeste insuline mee in je handbagage. Zorg dat je de insuline en glucagon in de originele verpakking hebt.
Geef bij de veiligheidscontroles aan dat je diabetesmaterialen hebt.
Sommige luchtvaartmaatschappijen bieden de mogelijkheid van een speciaal diabetesmenu. Vaak is dat echter een op type 2 diabetes gericht koolhydraat -arm menu.
Als je onderweg in het vliegtuig gaat eten en moet spuiten/bolussen, wacht dan tot je het eten voor je hebt staan! Door bijv. turbulentie kan het voorkomen dat de maaltijd veel later geserveerd wordt. Ook kan de samenstelling zo zijn dat je een andere dosis blijkt te moeten spuiten. 

Voor insulinepompgebruikers:

Geef bij de veiligheidscontroles aan dat je een insulinepomp hebt. 
Pompen kunnen gewoon door de metaaldetectors (‘poortjes’). In tegenstelling tot vroegere berichten kunnen pompen niet goed tegen scanners die röntgenstralen (X-rays) gebruiken en zgn. total body scanners. Veelal zal er dan via fouillering gechecked worden (‘padding down’). Dan moet je de pomp afdoen en neerleggen en soms wordt er daarna zelfs een ‘stofmonster’ van de pomp of van je handen genomen (check op explosieven).
In een vliegtuig is op kruishoogte de luchtdruk vergelijkbaar met die op een berg van 3000 meter hoogte. Er is dan een kans dat je iets meer last hebt van luchtbellen. Check dit, zeker als je wat hoog zit! (met je glucosewaarden wel te verstaan ;-)  Houdt dit ook na de landing even in de gaten.
Pas de tijd/datum van je meter en je insulinepomp aan als je in een andere tijdzone bent en vergeet ook niet deze terug te zetten als je weer in Nederland bent! Je kunt ons natuurlijk altijd om advies vragen over het reizen door tijdzones en hoe je dat het beste kunt opvangen en regelen.?

Eten en drinken onderweg:

Neem voldoende eten en drinken mee. Stel dat je in een file belandt of uren vertraging hebt! Neem je voedings/eettabel mee. Vraag je diëtistes om de specifieke koolhydraatlijst van je vakantieland.

Checklist

Ik ga op reis met type 1 diabetes en neem mee ....

  • Insulinepennen plus reserves
  • Insuline (neem wat extra’s mee)
  • Injectienaaldjes
  • Bloedglucosemeter + reserve
  • Ruim voldoende teststrips (je meet waarschijnlijk vaker dan normaal)
  • Rugzak/tas
  • Koeltasje / koelbox (voor bewaren van insuline)
  • Kampeerders: je kunt je insuline ook bewaren in een thermosfles die je dagelijks omspoelt met zeer koud water. Even laten staan en weer leeg maken en klaar is je minikoelkast.
  • Druivensuiker (veel!)
  • Koolhydraatrijke tussendoortjes
  • Limonadesiroop: dit is niet te koop in veel landen, dus als je dit graag drinkt kun je het beste bijv. Slimpie meenemen.
  • Telefoonnummers
  • Telefoonnummer pompleverancier
  • Glucagen
  • Lancetten
  • Medicijnpaspoort 
  • Reisverklaring: Handig voor als de douane en beveiliging lastige vragen stellen (doe ‘m dus in je handbagage)
  • Verzekeringspas en -papieren (denk aan afsluiten reisverzekering!)

Tips bij een insulinepomp:

  • Vraag (liefst 3 tot 6 weken van te voren) bij je pompleverancier of je een reservepomp mee kan nemen voor landen zonder een leverancier van dat merk. Voor landen als bv. Duitsland, Belgié en Frankrijk is het meenemen van een reservepomp vaak niet noodzakelijk. Heb je al een tweede pomp in huis (Roche-pompen) dan neem je die natuurlijk mee.
  • Door zwemmen, zweten of sporten blijven infuussystemen soms korter zitten. Neem daarom voldoende voorraad mee.  Vraag je verpleegkundige eventueel over speciale plaktips en hulpmiddelen.
  • Neem de gebruiksaanwijzing van je pomp mee, ook al kan je de bediening dromen. Je zult zien: die ene foutmelding aan de Middellandse Zeekust heb je nog nooit eerder gekregen…
  • Neem genoeg spullen mee om bij nood het een tijdje met de insulinepen uit te houden.

Het extra paklijstje voor insulinepompgebruikers:

  • Reservepomp
  • (Reserve) batterijen pomp
  • Extra infuussetjes
  • Extra pompampullen (cartridges)
  • Insuline voor de pomp
  • Uitleesstick
  • Pen met bijspuitinsuline+ injectienaaldjes
  • Insulinepompstanden
  • Ketonen meter + strips (let op houdbaarheid)

 

Zomer = meestal minder insuline

In het algemeen kun je stellen dat je in de zomer minder insuline nodig hebt dan in de winter. Dit komt vooral door een ander patroon van leven: meer beweging en ander eten. Ook staat de lichaamsthermostaat in de zomer anders afgesteld dan in de winter. Minder insuline spuiten dus, of als je een pomp hebt je basaal een stukje lager zetten. Hoeveel minder is van te voren lastig te zeggen. Er zijn kinderen die nauwelijks minder insuline nodig hebben en er zijn kinderen die het met de helft van hun normale 'winterdosering' doen. Het hangt allemaal samen met je gedrag: word je inactief van (te) hoge temperaturen dan heb je een hogere insulinebehoefte dan wanneer je vrij druk in de weer bent in de tuin met de waterslang of in zee of zwembad. Een extra glucosemeting is dus wel aan te raden bij deze temperaturen die anders dan anders zijn. 

Insulinepomp en warm weer

Sommige pompsystemen hebben bij hoge temperaturen de neiging iets zachter te worden, wat het inbrengen lastiger maakt en de kans op dubbelklappen vergroot. Dit kun je voorkomen door het systeem voor het inbrengen in de koelkast te leggen. 

Voldoende drinken

Als je door de warmte veel zweet heb je extra vocht nodig. Sowieso heb je al 1,5 liter drinkvocht per dag nodig, dit zijn 10 glazen bekers. Drink zeker 1 glas of flesje vocht per uur extra als je door de hitte veel zweet! Drink het liefst gewoon water als dorstlesser.

 

Bron: www.diabeter.nl