DiAwareness

Behandeling

Waaruit bestaat de behandeling van type 1 diabetes?

Er is bij type 1 diabetes een tekort aan insuline, en dus bestaat de behandeling uit het toedienen van insuline. Insuline is van levensbelang, het is namelijk gevaarlijk om insuline niet te gebruiken als diabetes 1 patiënt.
Insuline is niet een gewoon medicijn, en er zijn een paar dingen die het wat ingewikkelder maken.
Insuline moet gespoten worden. Mensen met type 2 diabetes gebruiken wel tabletten, maar die werken niet bij type 1 diabetes.
Niet iedereen met type 1 diabetes heeft evenveel insuline nodig. Sommigen gebruiken veel insuline, anderen weinig. Maar dat is eigenlijk onbelangrijk. Het betekent niet dat je aan de hoeveelheid insuline kunt aflezen of de diabetes ernstig of minder erg is. Het gaat erom wat je met de insuline bereikt, of de bloedsuiker waarden weer in de buurt van normaal komen.
Het is ook niet zo dat iemand met type 1 diabetes altijd, elke dag, elke keer dezelfde hoeveelheid insuline nodig heeft. Het hangt af van wat er gegeten wordt, van hoeveel lichamelijke activiteit er is en van nog een aantal andere dingen in het dagelijkse leven.

Er zijn meerdere soorten insuline.

Langwerkende insuline en kortwerkende insuline. Kort werkende insuline wordt bij de maaltijden gespoten en is bedoeld om de koolhydraten uit de maaltijd in het lichaam te kunnen verwerken. Langwerkende insuline wordt éénmaal daags gespoten, meestal voor het slapen gaan. De langwerkende insuline werkt ongeveer 24 uur en geeft als het ware een bodem aan insuline. Het lichaam heeft 24 uur per dag insuline nodig, dus ook buiten de maaltijden om, zoals ’s nachts.
De diabetesverpleegkundige en arts gaan samen met u in de komende tijd een soort insuline schema opstellen: hoeveel insuline ( en van welke soort) u bij elke maaltijd en voor het slapen gaan gemiddeld nodig zult hebben. En vooral ook hoe u de hoeveelheid insuline vervolgens aan de dagelijkse omstandigheden en aan de door u zelf gemeten bloedsuikerwaarden kunt aanpassen.

Voeding

Voeding is belangrijk bij type 1 diabetes. Maar het is een misverstand om te denken dat er een soort diabetesdieet is. Het is zeker geen suikervrij dieet. Het is ook niet nodig om speciale dieetprodukten, zogenaamd voor diabetici, te kopen.
Waar het om gaat is dat u geleidelijk aan verstand krijgt van wat u eet, van de hoeveelheid koolhydraten die er in uw voeding bij elke maaltijd (en ook tussendoor) zit. Want dat is belangrijk om de hoeveelheid maaltijd-insuline op aan te passen.
De diëtist gaat u hierin de weg wijzen. En dan zal het niet alleen om de gewone maaltijden gaan, maar over alles wat met eten en drinken te maken heeft: chips, gebak, snoep, frisdrank, alcohol, etc, al die tussendoor dingen. En ook buitenshuis eten of op vakantie in het buitenland.


En dat insuline spuiten en bloedsuikers prikken?

Het is onvermijdelijk dat u twee handelingen leert.
De eerste is om zelf insuline per injectie toe te dienen. Vlak onder de huid van de buik of bovenbenen. Met insuline injectiepennen die gemakkelijk te bedienen zijn.                 Het injectienaaldje is zo dun dat u de prik nauwelijks voelt.
Ten tweede zelf de bloedsuiker waarde meten. Met een prikapparaat geeft u uzelf een prikje in de vingertop. Het gaat maar om een kleine druppel bloed. Die bloeddruppel houdt u bij een glucosestrip dat in de bloedglucosemeter past. De bloedglucosemeter geeft dan na een aantal seconden de bloedglucosewaarde aan.
Bovenstaande handelingen oefent de diabetes verpleegkundige met u.


Als ik mij goed voel, waarom zijn die bloedsuikerwaarden dan toch zo belangrijk?

Als de behandeling met insuline begonnen is verdwijnen de klachten, die er in het begin waren, al spoedig. Mensen met type 1 diabetes voelen zich dan weer gezond, gewoon. Maar dat wil niet zeggen dat de bloedsuikerwaarden weer normaal geworden zijn. Je kunt bijvoorbeeld rondlopen met bloedsuikerwaarden voortdurend tussen de 180 en 300 zonder dat je er iets van merkt. Is dat dan erg? Je voelt er toch niets van?
Dat is wel vervelend en heeft te maken met de complicaties van diabetes op langere termijn. Diabetes is berucht om de schade die aan diverse organen op den duur kan ontstaan. Het netvlies van de ogen kan aangetast worden. De nieren kunnen ernstige schade oplopen. En ook de zenuwen en bloedvaten in de benen. En diabetes geeft ook een grotere kans op hart en vaatziekten.
De behandeling van diabetes is er dus voor een heel belangrijk deel op gericht om de kans op dergelijke schade zo klein mogelijk te maken. Het is vast komen te staan dat die schade ontstaat door jarenlang te hoge bloedsuikerwaarden. En het is ook vast komen te staan dat de kans op die schade sterk te verminderen is door te streven naar minder hoge bloedsuikerwaarden, waarden in de buurt van normaal. Ook al voelt u van die hoge bloedsuikerwaarden niets, het is van belang voor de toekomst om er toch zoveel mogelijk aan te doen.

Hoe gaat mijn dagelijks leven met type 1 diabetes er nu uitzien?

Elke dag zijn er 4 momenten waarop u altijd iets moet doen. Altijd. Elke dag. Het zijn de momenten voor de maaltijden, voor ontbijt, voor lunch en voor avondeten en het is het moment voor het slapen gaan.
U spuit dan insuline. Voordat u spuit moet u twee dingen doen. Ten eerste bedenkt u wat u gaat doen: of u de gewone hoeveelheid koolhydraten gaat eten. Als het meer of minder is moet de hoeveelheid insuline hieraan worden aangepast. Ook als u na het eten bijzondere lichamelijke inspanning gaat verrichten moet met de hoeveelheid insuline hier alvast rekening mee worden gehouden. Ten tweede meet u de bloedsuikerwaarde. Als de bloedsuikerwaarde duidelijk te hoog of te laag is, kunt u de insuline dosering hier ook op aanpassen om dit te corrigeren.
Deze vier momenten kosten weinig tijd. Telkens maar een paar minuten. Maar het is niet zo dat u de rest van de dag de diabetes helemaal kunt vergeten. Bijvoorbeeld als u tussendoor iets wilt eten of drinken of als u opeens zwaar lichamelijk werk wilt gaan doen, dan moet u steeds even bedenken wat hiervan het effect op de bloedsuiker zou kunnen zijn.
Het klinkt misschien ingewikkeld. En dat is het in het begin ook. Maar in de praktijk blijkt dat iedereen het kan leren. Samen met diëtist, diabetes verpleegkundige en arts. En na een tijdje gaat het allemaal bijna automatisch.
U kunt met de diabetes gewoon uw normale leven leiden. Gewoon uw studie, werk, huishouden, uw hobbies, sport, uitgaan, vakantie. Natuurlijk is niet iedereen hetzelfde. Soms hebben mensen heel bijzonder werk, een onregelmatige dagindeling, een heel speciale hobby. Dan bespreken we hoe de diabetesbehandeling hierop kan worden aangepast.


Gelukkig is het tegenwoordig nog maar zelden nodig dat mensen waarbij type 1 diabetes ontdekt wordt in het ziekenhuis moeten worden opgenomen. Dat gebeurt alleen nog maar als de ziekteverschijnselen zeer ernstig zijn. Meestal kan de behandeling gewoon via de polikliniek beginnen.
In het begin vindt er op de polikliniek onderzoek plaats en krijgt u allerlei instructies over insuline spuiten en bloedsuiker controle. Ook zal de diëtist u zoveel mogelijk uitleggen over koolhydraten in de voeding. Samen met de arts en de diabetesverpleegkundige wordt uitgezocht hoeveel insuline u nodig hebt en wordt besproken hoe u de insulinedosering aan de dagelijkse omstandigheden kunt aanpassen. Dat alles betekent dat u de eerste maanden toch al gauw vijf tot tien keer naar de polikliniek komt. Het zal ook geregeld voorkomen dat u niet naar de polikliniek komt, maar wel telefonisch contact hebt met de diëtist, de diabetesverpleegkundige of de arts.
Als alles goed loopt wordt daarna het contact veel minder vaak. Het is wel nodig dat u op de polikliniek onder controle blijft, maar dat is gemiddeld eens in de vier maanden. Dat is ook nodig als u zich goed voelt, want daar gaat het niet alleen om. Het gaat er ook om of het lukt om redelijk goede bloedsuikerwaarden te bereiken en te houden.


Eén keer per jaar vindt het zogenaamde periodieke onderzoek plaats. Het bestaat uit bloed- en urineonderzoek, foto’s van het netvlies van de ogen (hiervoor is het nodig dat u kort ervoor oogdruppels krijgt om de oogpupil te verwijden). De bedoeling van het onderzoek is om dreigende schade zo vroeg mogelijk te ontdekken, als er nog geen klachten zijn. Mocht zich al ongemerkt schade aan het ontwikkelen zijn, dan zijn er een aantal behandelingsmogelijkheden om echte schade met echte ernstige klachten te voorkomen. Bij het periodiek onderzoek hoort ook een “opfris “bezoek aan de dietist en diabetesverpleegkundige. Het gehele onderzoek is niet pijnlijk of belastend, maar kost wel een paar uur, bijna een ochtend of een middag.

Bron : https://www.lumc.nl/patientenzorg/patienten/patientenfolders/Diabetes-mellitus-type-1